Werkwoorden Nederlands voor buitenlanders

De werkwoorden van Delfste methode Nederlands voor buitenlanders

 

Beter gebruik van de werkwoorden uit Nederlands voor buitenlanders

 

Werken met de werkwoorden van de Delftse Methode, Nederlands voor buitenlanders (0-A2)

Ik werk al jaren met de Delftse Methode, Nederlands voor buitenlanders.

Delftse Methode, Nederlands voor buitenlanders is een methode waar ik heel erg enthousiast over ben. Ze vraagt van cursisten wel flink wat voorbereiding en tevens actieve participatie tijdens de les, maar die combinatie werpt zijn vruchten af. Zowel voor groeps- als individuele lessen vind ik de methode bijzonder geschikt. Ze is bovendien voor docenten gemakkelijk te overzien en te hanteren. Ook is het niet zo moeilijk om er activerende werkvormen bij te gebruiken en te bedenken, voor zover dat al nodig is, want de methode is in zichzelf behoorlijk activerend en uitnodigend. Ik blijf hem dus met plezier aanbevelen en gebruiken.

Beperkte grammatica

Kijken we naar de grammatica dan zien we dat die zeer basaal is. Dat is geen probleem, dat is zelfs een voordeel. Wat ik echter wel merk, is dat het gebruik van de verleden en voltooide tijd achterblijft bij het vocabulaire. Dat zou op zich niet zo erg zijn, ware het niet dat cursisten enorm worden gestimuleerd om te praten en te vertellen. En vertellen doe je al gauw over gebeurtenissen die voorbij zijn. In de verleden tijd dus. En dan stotteren en staken de verhalen dus.

Ik geef vooral les aan mensen met volledige banen. Ik merkte dat zij er niet aan toekomen om de basisvervoeging van de tijden thuis te leren, terwijl dat zeker voor de onregelmatige werkwoorden hard nodig is. Het gebruik van hebben en zijn blijft ook nog eens lange tijd vol met haperingen en hardnekkige fouten, zoals: hij hebt. Dat vind ik een probleem, omdat die werkwoorden in bijna elke zin gebruikt worden. Dus ik maakte wat extra materiaal.

Werkwoordkaarten/flashcards

Ik besloot om kaarten te maken met aan de ene zijde de infinitief en aan de andere kant de verleden tijd en het voltooid deelwoord. Ik kon namelijk geen kaartensets vinden die deze functie hebben. Ook schreef ik op de kaarten met welk hulpwerkwoord ze gebruikt worden én in welke les ze voor het eerst voorkomen, ook al is dat alleen nog maar in de tegenwoordige tijd.
Die kaarten vereisten een overzicht van alle werkwoorden die in dit eerste boek gebruikt worden. En dat zijn er tot mijn verrassing nogal wat: meer dan 250. Het kostte me ongeveer 10 uur om de kaarten ten maken.

Nu zal menige docent zeggen: “Waarom liet je je cursisten geen kaartjes maken; dat zou een aardige vorm van activerend onderwijs geweest zijn?” Dat probeerde ik, maar er zijn gewoonweg te veel werkwoorden en ze zijn nogal verschillend: de scheidbare, de totaal (!) onregelmatige, en de werkwoorden die met be-, ver- en andere voorvoegsels beginnen. Kortom, dit werkte niet. En dat geeft niks. Ik heb nu een set kaarten die ik nog jaren kan gebruiken.

Jij kunt sneller kaarten maken

Als je ook zulke kaarten wilt maken, kan mijn basislijst je helpen en die kun je hier DOWNLOADEN . Omdat ze in een exelbestand staan, kun je ook nog eens sorteren en kolommen (laten) toevoegen opdat cursisten zelf informatie of zinnen kunnen toevoegen.

Ik hoop dat ik je een plezier doe met dit voorwerk en zou het leuk vinden om nog eens te horen wat je eigen ervaringen zijn met die kaartjes.

Edith Nijhof

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Name
Email
Website

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>